Faeröer eilanden (2)

De eerste nacht in Gjógve is kort, maar lang genoeg om de volgende dag, het is al weer maandag 7 mei, uitgerust aan onze volgende tocht te beginnen. Een wandeling naar de top van de hoogste berg op de Faeröer. 882 meter hoog. De Slættaratindur. Maar voor we daar zijn moeten we eerst nog een stukje rijden. Het landschap om ons heen, wat we de vorige dag eigenlijk niet zo goed hebben bekeken omdat we eigenlijk best wel moe waren en het weer ook niet al te best, nodigt uit om af en toe nog een keer te stoppen, te genieten en te fotograferen.

Een vrijwel lege weg in een immens landschap.
Uitzicht Funningur.

Het loopt al tegen de klok van 11 als we het startpunt van onze wandeling bereiken. Vanaf de auto zie je de sneeuw op de top al liggen.

Start van onze wandeling.

De kleine puntjes boven zijnde mensen die ons voor gingen. Het “pad” vaak niet meer dan een modderspoor is niet erg duidelijk en soms slecht begaanbaar. Het landschap om ons heen is fenomenaal. We hebben geen haast om boven te komen ( ik al helemaal niet) en op ons gemak, genietend van alles om ons heen volgen we langzaam onze weg naar boven. Al halverwege de tocht is onze auto beneden niet meer dan een klein stipje en we zijn er dan nog lang niet.

Halverwege. Hoewel het zwaar is voor mij, geef ik niet op.

Even raken we het pad kwijt, maar vinden het al gauw weer terug. Eenmaal boven op de sneeuw is het uitzicht echt enorm. Ik ben er gewoon stil van. Het laatste puntje naar de top laat ik aan Nando over. Buiten adem, maar blij dat ik deze klim heb volbracht rust ik heerlijk even uit om weer energie op te doen voor de terugweg.

Het uitzicht boven is van ongekende schoonheid en al mijn gepuf en gevloek meer dan waard.

view Slætteratindur

Afdalen is voor mij altijd makkelijker dan stijgen dus over de terugweg doen we een stuk minder lang. We hebben deze dag ook echt geluk met het weer.

De weg terug gaat een stuk sneller. Maar het blijft enorm mooi.

Na deze wandeling die best wel wat energie heeft gekost wil ik het liefst terug naar onze hotelkamer zodat ik lekker even kan lezen en uitrusten. We maken nog een kleine omweg om één van de  grootste watervallen van de Faeröer te fotograferen. Fossá. Deze heeft een val van ruim 140 meter over twee lagen.

Fossa, één van de hoogste watervallen van de Faeröer.

Ik geloof dat ik onderweg terug in de auto even in slaap ben gevallen. Mijn lichtje gaat dus echt even uit en zo gauw we terug zijn val ik vrijwel meteen in slaap.
Van zo’n “middagdutje” knap je echt op en na het eten struinen we even  zonder camera wat door het dorp Gjógv zelf. Al snel kom ik tot de conclusie dat hier ook wel wat te fotograferen valt en al vlug gaan we terug om de camera te halen. De drooggevallen rotsen aan het fjord zien er gaaf uit. En we blijven nog een geruime tijd buiten. Dat de zon pas rond de klok van tien ondergaat maakt het dat we nog alle tijd van de wereld hebben.

De kerk van Gjógv.
De rotsen komen met eb nooit echt helemaal droog te liggen.
Laat op de avond, terwijl het bij ons in Nederland waarschijnlijk al pikkedonker is, valt de schemer over Gjógv. Echt helemaal donker wordt het deze tijd van het jaar niet.

Na een goede nachtrust gaan we terug naar Saksun. Dit maal niet op het uitkijkpunt boven de klif, maar onderlangs. Hier loopt een pad waar je helemaal tot aan de zee kunt lopen. Tenminste als het eb is. Als het vloed is raak je ingesloten. Angstvallig houd ik toch een beetje het water in de gaten. De kustlijn halen we niet, want zo gauw ik zie dat de getijde is gekeerd wil ik eigenlijk daar staan waar ik veilig kan vluchten. Later merk ik dat het allemaal wel meevalt en het niet zo snel gaat als ik had gedacht. Gelukkig maar.

Links van de huisjes loopt een pad waar je in het fjord komt. Over het zwarte zand kun je bij eb helemaal doorlopen tot de oceaan.
Bij vloed sluit het water zich weer aan bij het “meer” aan de rechterkant en raak je helemaal ingesloten.
Langtzaam wordt het weer vloed.

Het miezert wel een beetje en we besluiten  via Elduvik te rijden. Het uitzicht op de weg er naartoe word nog verfraaid door een regenboog.

Regenboog bij Elduvik

Als Nando uit de auto stapt om te gaan fotograferen, komt er een nieuwsgierig schaap kijken wat ik aan het doen ben. Dus ik stap ook uit en al gauw gaat ie ook nog even checken wat Nando doet. Dit is eigenlijk het eerste schaap wat niet wegloopt als er mensen zijn.

Nieuwsgierig Aagje.
Wat doe je?

Verder zien we net als op heel veel plekken in het water de “kweekvijvers” voor zalm. Grote ringen in het water waar in netten vis gekweekt word. Pas als je dichterbij komt merk je eigenlijk pas hoe groot zo’n ring eigenlijk is.

Vis kweek ringen.

We houden het deze middag voor gezien. Na een culinaire maaltijd in het restaurant , kipfilet met rijst en sla, gaan we even onze eigen weg. Nando beklimt nog even een berg achter het hotel, terwijl ik met een boek lekker op bed ga liggen. Tot mijn oog valt op de prachtige regenboog voor onze hotelkamer. Op mijn sokken op de natte grond maak ik een foto’s van de prachtige boog en het felle zonlicht.

Regenboog bij Gjógv

Zonlicht voor de bergen van Kalsoy.

In de hoop om nog meer mooie luchten te kunnen zien trek ik toch nog even mijn schoenen aan en loop ik nog even naar de kloof. Helaas is het “lichtspectakel”voorbij. Ik zie nog wel wat papegaaiduikers, een lammetje en een mooi rijtje huizen. Ik ben dus niet helemaal voor niets mijn kamer afgekomen.

Terwijl mama staat te grazen houd het lammetje me nauwlettend in de gaten.
Het muurtje volgt mooi de lijn van het rijtje huizen.

Het is 9 mei en tijd om weer verder te gaan naar het volgende hotel. Deze staat in Klaksvik op Bordoy, weer een ander eiland. Het is een dag met veel regen. Maar toch zien we nog genoeg. We gaan eerst naar Eiði waar we een heerlijk brood kopen voor onze lunch. Nando had daar een waterval ontdekt. Het regent en ik blijf gewoon even lekker wat om me heen kijken in de auto en heb ondertussen ook maar even mijn boek voor de dag gehaald. We staan geparkeerd bij een “camping”. Eigenlijk is het een oud sportveld met kunstgras. Raar om daar de caravans te zien staan. Maar terwijl we daar staan arriveren er toch nog diverse toercaravans. Zulk soort campings zien we trouwens wel meer. Als we weer verder rijden zien we een erg mooie kloof uitgesleten door een waterval. Het regent even niet meer zo hard dus nemen we de kans om hier even wat tijd door te brengen. Even, want de weergoden zitten vandaag niet echt mee.

Diep uitgesleten kloof met daarin een waterval.
Het water vind overal zijn weg, Hier lijkt het gewoon uit het gras te komen.

Als we later stoppen op een mooi uitkijkpunt boven Tyril, waait mijn poetsdoekje uit de auto. Ik dacht nou die pak ik wel even. Niet dus. al snel geef ik het op en moet ik een andere doek gebruiken om mijn lens telkens droog te maken. Maar dat mag de pret niet drukken. Nando ziet de humor hier ook wel van in en maakt vlug wat foto’s van mijn capriolen.

Uitzicht Tyril.
Zonder doekje zoek ik snel de bescherming van de auto weer op.

De route die we volgen is de Buttercup route. De Oyndarfðarleið (probeer dat maar eens uit te spreken)  Hier worden de uitkijkpunten aangegeven met een boterbloempje. Ons laatste stoppunt van die dag is het plaatsje Suðrugøta. De golven beuken hier zo hard op de rotskust dat het een sport is om een foto ,zonder druppels op je lens, te kunnen maken. Maar het is me gelukt.

Hoge golven beuken op de kust. Het is me gelukt om deze zonder druppels op mijn lens op de foto te krijgen.

De dag zit erop. Het blijft  wat regenen en ik blijf lekker in ons hotel. Als we hier in onze kamer arriveren kijken we onze ogen uit. De kamer is huge. Zo enorm groot vergeleken met het kamertje wat we hiervoor hadden. Al snel word duidelijk dat we de bruidssuite toebedeeld hebben gekregen. Alles ademt vergane glorie uit. Er zit zelfs een cassette recorder in het hoofdsteun van het bed. Het hotel heeft geen restaurant en we eten bij een steakhouse verderop in de straat. Het uitzicht is op het aangrenzende bejaardentehuis  en de boot, welke we morgen gaan nemen, naar het eiland Kalsoy waar we op onze vorige slaapplaats op uitkeken.

De bruidssuite van het hotel. Hier slapen we weer 3 nachten.

Na het ontbijt sluiten we aan in de rij bij de veerboot naar Kasoy. Het is maar een klein bootje, maar hij zit nokkie vol. Er staat zelfs een grote touringcar op. De auto’s staan spiegel aan spiegel terwijl deze ingeklapt zijn. Alle mensen staan op een kluitje bij elkaar. Voor en achter de auto’s en in een smal overdekt gangetje. De tocht duurt maar zo’n kleine 20 minuten en bij aankomst zijn we ook zo weer van de boot af. Er zijn een paar plekken waar we naartoe willen. Maar onderweg valt ook weer van alles te zien. Het is bewolkt en af en toe regent het. Maar tussen de wolken door schijnt de zon.

Het uitzicht vanaf de veerboot is al schitterend.
De boeg van de veerboot opent zich als de bek van een grote vis en zo rijden we de boot weet af.

Op de tweede plek waar we stoppen gaat Nando een hogere positie opzoeken om een andere compositie te zoeken. Als ik vijf minuten later uitstap, rent er opeens een hele kudde schappen op me af. Als even later blijkt dat er niks te halen valt druipen ze ook één voor één weer af.

Als er niks te halen valt druipen de schapen weer af.

Het eerste gehuchtje waar we stoppen is Mikladalu. Hier staat een beeld van Sealwoman. Weer zo’n legende. Maar nog mooier dan het beeld, vind ik de waterval ernaast. We wachten even tot het buitje overtrekt en gaan dan even met statief en filters aan de slag.

Het beeld van the Sealwoman in Mikladalur.
De waterval bij Mikladalur.

Onze volgende bestemming is Trøllanes. We parkeren de auto en hebben een flinke wandeling voor de boeg naar de vuurtoren van Kallur. Door alle regen die er gevallen is, dus modderig pad, is het voor mij best een zware klim. Maar ook hier is dat allemaal de moeite waard. Eenmaal boven aangekomen wordt pas echt duidelijk hoe hard het waait. Met het hek rondom de vuurtoren als steun, maak ik foto’s vanaf dat punt. De andere paadjes over smalle richels durven we door de wind niet te lopen.

De vuurtoren van Kallur.
uitzicht vanaf Kallur.
Dit paadje naar een uitkijkpunt durven we door de harde wind niet te lopen

Als we terug lopen, nemen we een ander paadje. Ik hoop het laatste modderige stuk dan te ontwijken. Maar helaas, dat komt ook op dezelfde plek uit. Jammer genoeg begint het als we dat punt bereikt hebben ook nog even flink te regenen. Maar dan als bij donderslag uit heldere hemel breekt de zon door en een prachtige regenboog verschijnt. En net zo snel, word ik opeens vlug om een mooie plek uit te zoeken om deze op de foto te kunnen zetten.

Een prachtige dubbele regenboog boven het water, waarvoor ik even een spurtje heb gemaakt om op een goed punt te kunnen fotograferen.

Dan is het al weer tijd om terug te gaan naar de boot. Daar aangekomen moeten we echter nog iets langer wachten want ook hier is het Hemelvaart en vaart het veer een zondagsregeling. Onze fotografie dag zit er voor mij op voor deze dag en we halen bij de pizzeria een paar grote pizza’s.

Het is weer vrijdag en de laatste dag in Klaksvik als we na het ontbijt weer in de auto stappen.
We volgen de Buttercup route  Múlaleið die ons leidt langs prachtige watervalletjes en een, ik kan het niet vaak genoeg zeggen, prachtig landschap met even zo mooie uitzichten. De wow’s en yes vliegen me om de oren. Ons enthousiasme is ondanks het weer en de vermoeidheid nog steeds groot.

Genieten langs de Buttercup route
Bij één van de watervalletjes vormt zich een halo om de zon.

Bij Viðareiði lunchen we en blijven we een hele poos hangen voordat we weer naar ons hotel terug gaan.

De kerk van Viðareiði.
Spelen met lange sluitertijden.
Het prachtige landschap blijft je verwonderen.

Op zaterdag pakken we onze koffers weer om naar onze laatste slaapplek te gaan. We hebben een kamer geboekt in Tørshaven. Een grote stad op het eiland Streymoy. Onderweg stoppen we bij de waterval Fossa welke we eerder vanaf de overkant gefotografeerd hebben. Het miezert een beetje, maar als we daar staan stopt het even met regenen zodat wij toch wat kunnen fotograferen. Door de natte bodem durven we echter niet naar boven te klimmen maar ook de eerste stop is de moeite waard.

Fossa, met een val van zo’n 140 meter de hoogste waterval van de Faeröer.
Ook de eerste klim is de moeite waard. Zo zie je pas hoe hoog het eigenlijk is.

Onderweg naar het strand van Tjornovik stoppen we nog op diverse uitkijkpunten. Het weer is erg veranderlijk en de wolken zijn prachtig. Telkens krijgt het landschap een andere sfeer.

Samen genieten van al het mooie om ons heen.
Rasin en Kellingin onder een dik wolkendek.
Op het strand.
Op het strand van Tjørnuvik.

Nadat we ons in het hotel hebben geïnstalleerd breekt het zonnetje door. Op de kaart zoeken we een plek die onderdeel uitmaakt van een wandeling, maar waar we met de auto kunnen komen. Het is een schot in de roos om daar heen te gaan. Met onze hoofden in de wolken genieten we op de berg bij Signabøur.  Soms is het even helder en zet de zon alles in een goudgeel licht. Het dal lijkt dan even op een maanlandschap. Het word een schitterende avond. terwijl de zon langzaam ondergaat keren wij terug naar ons hotel.

Samen in de wolken. Letterlijk en figuurlijk.
Het landschap in de wolken met het gouden licht van de zon.
Als de wolken even wijken komt er een maanachtig landschap tevoorschijn onder ons.
Aan de andere kant van de berg met de zon in de rug ziet het landschap er ineens heel anders uit.
Het gouden licht baant zich een pad tussen de eilanden door.

Onze laatste volle dag op de Faeröer is aangebroken. Een deel van de ochtend brengen we door in Kirkjubøur. Eén van de oudste vestigingen op het eiland. De restauratie van de oudste kathedraal is in volle gang. Net als alle gehuchten is ook deze klein en we blijven er dan ook niet erg lang. Het is grijs en nat en we gaan terug naar het hotel. Ik ben best wel moe en kruip lekker met een boek op de bank. Het blijft regen.

Huizen in Kirkjubøur.
Kathedraal Kirkjubøur.

Na het eten gaan Lopen we even langs de verdedigingswerken van de stad waarna we toch nog een poging wagen om te fotograferen.

Oude kanonnen in Tørshaven.

Onze laatste avond brengen we door op het strand van Leynar We genieten we van de avond die hier lang duurt. Langzaam loopt de baai vol met water en speel ik met filters en lange sluitertijden.  Als de zon rond de klok van tien ondergaat keren we terug naar het hotel. Alsof het zo heeft moeten zijn kleurt  onderweg de lucht magisch rood en stoppen we nog een laatste keer op een mooie locatie voor onze laatste foto’s.

Het strand van Leynar bij de ondergaande zon.
Nando weet van geen ophouden. Het landschap is prachtig en de wolken spelen met de bergen.
Als kers op de taart nog een mooi avondrood bij Hvitanes.

Na een korte nacht vertrekken we voor het ontbijt in alle vroegte naar het vliegveld. De vakantie zit er op en om half negen gaat onze eerste vlucht. In het vliegtuig kijken we hoe onze koffers op de band het vliegtuig in gaan en kijken we terug op een mooie vakantie in een schitterende omgeving, waar we zeker nog eens terug zullen komen voor nog meer prachtige herinneringen.

Op de band zien we onze koffers in het vliegtuig verdwijnen.

Voor meer foto’s van deze mooie lokatie kijk op:
Múlafossur
Een reactie is altijd welkom

 

2 gedachten over “Faeröer eilanden (2)”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.